zondag 11 oktober 2009

Koffietijd

Het liep tegen elven en alles wat we wilden was koffie. We hadden er een wandeling langs de hellingen van de Hasedera-tempel op zitten en nu waren we terug in het dorpje aan de voet van de heuvel. We zaten in kleermakerszit en we wachtten op onze koffie. De ‘keeki setto’ hadden we besteld, een combinatie van koffie en gebak, want trek hadden we ook.

Op het tafeltje tussen ons in zat zo veel politoer dat ik mijn neusharen kon tellen. Aan het tafeltje naast ons zat een mevrouw die uit Osaka kwam, dat had ze ons net verteld.

Het bamboegordijn boven de veranda wiegde. Erachter lag een tuin met veel groen, een vijver met stapstenen en een dak van bladeren.

De vrouw uit Osaka at soba – koude noedels met een dipsaus.

Daar had je de uitbaatster. Het speet haar enorm. Het gebak was nog niet binnen. Ze had wel iets anders, als we wilden. De naam van het gerecht begrepen we niet helemaal, maar vooruit. Het bleek een kom met deegslierten in koud water en een kopje met siroop. We tilden de slierten met stokjes uit de kom, roerden ze langzaam door de siroop en we wachtten op onze koffie.

De vrouw aan het andere tafeltje liet haar stokjes vallen en greep naar haar keel. Ze begon te proesten en op het tafeltje te slaan. Ze keek ons aan en ze hoestte en ze hield maar niet op. In het tafelblad zag ik het bamboegordijn boven de veranda.

Wasabi’, piepte de vrouw tussen het hoesten door. Ze wees naar haar bord. ‘Er lag wasabi op de soba, maar ik had het niet gezien.’ Er stonden tranen in haar ogen.

We vroegen de uitbaatster of de koffie misschien al klaar was. Ze verontschuldigde zich voor het misverstand, maar bij dit gerecht hoorde geen koffie. Pas een uur later, in een café in een ander dorp, dronken we een kop koffie.
2 MEER DAN DUIZEND WOORDEN: DE HASEDERA-TEMPEL, VORIGE MAAND

zondag 13 september 2009

Zitten

De temperatuur steeg en ik ging zitten. Dat doe ik graag, zitten. Net als lopen, trouwens. Als je loopt zie je meer dan wanneer je fietst. Maar zittend zie je het meest. Hoewel. Ik zag niet de schuifdeuren met rijstpapier achter me, of de kamers daar weer achter, met matten van stro en schuifdeuren van papier waar de vier seizoenen op waren geschilderd. Maar ik zag wel de rand van het tempeldak boven me, en de lucht die heel blauw was vandaag, en de tempelmuur aan de overkant, met dakpannen erop en halverwege een poort erin. Het dak van de poort was groot en sierlijk en het houtsnijwerk in de deuren was fijn, dat kon ik ook op deze afstand goed zien. Vijftig meter, gokte ik. Maar een goeie gokker ben ik nooit geweest. Tussen de poort en mij lag de tuin van Omuro-gosho. Rond 900 woonde keizer Uda op deze plek. Dik 1100 jaar later zat ik er. Ik overzag de enorme grindvlakte die de tuin was. Links en rechts stonden bomen. Eén boom was een esdoorn. Ik bekeek het grind. Het was geharkt in banen die kaarsrecht vanaf de muur met de poort op me af kwamen. Ik zag voor me hoe een monnik vroeg die ochtend zijn hark door de kiezels trok. Het was nog fris, zo vroeg, hoopte ik voor de monnik. Ik ging verzitten en schroefde mijn fles ijsthee open.

zaterdag 5 september 2009

Thuiswedstrijd

Glenn Loovens. Gregory van der Wiel. Michel Vorm. Het zijn namen die me niks zeggen. Toch zal ik vanavond met ingehouden adem hun verrichtingen volgen. Even na negenen Japanse tijd spelen ze met acht andere voetballers namens Nederland tegen Japan. Normaal gesproken gaat er gerust een jaar voorbij zonder dat ik me een minuut met voetbal bemoei. Maar ver van Nederland grijp ik elke gelegenheid aan om mijn thuisland dichterbij te halen. Zelfs als die gelegenheid een voetbalwedstrijd is. En ik zal me best vermaken; zo spannend is het spelletje ook wel weer. Helemaal nu het bezoekende land het thuisland van Izumi is. Vanochtend fietste ik speciaal naar de supermarkt. Daar hebben ze namelijk Heineken en tijdelijk verkopen ze het importgoedje in een actiekarton met drie blikken en een Uefa-glas. Ik zette twee van die kartonnen in mijn mandje. We hebben nu dus één glas voor Izumi en eentje voor mezelf. Over drie uur gieten we ze vol en klinken we erop dat de strijd vriendschappelijk verloopt – in het stadion van Enschede én op de tweezitsbank in Kyoto.

zondag 23 augustus 2009

Ouderavond

In Kyoto was het vandaag de dag van de kinderen en dat betekende feest voor hun ouders. En feest, dat was het. Tegen negenen vanochtend zette de monnik van de buurttempel zich krakend in een stoel voor het kindertempeltje aan de overkant. De negenentachtig jaren van zijn leven drukten op z’n schouders dat zijn rug er krom van stond. Maar hij wist van bidden. Zeker een kwartier duurde het voordat hij er een punt aan draaide en de kleuters uit de wijk aan het spelen mochten. Jizo, de kinder-Boeddha om wie het allemaal draaide, zag vanuit het tempeltje dat het goed was. Maar twaalf uur daarvoor was het ook niet mis. Toen wandelde ik met de volwassenen uit de buurt de partytent in die we even daarvoor zelf hadden opgezet. Aan lange tafels kropen we, alsof het oktober was in Duitsland, en uit bakken met ijsblokjes tilden we blikjes van Kirin en Asahi. De avond was klam, het bier was koud en in tijden heb ik niet zo gelachen. Het festival van Jizo, ik zet het alvast op de kalender van volgend jaar.

zondag 22 februari 2009

Drie regels

Ruik ‘s wat lekker –
bloeit daar zomaar een prunus
bij de tempelpoort!

Twee mannen

Diep onder Kyoto kruist de metro van noord naar zuid de trein van west naar oost. Op het kruispunt is een ondergronds station gebouwd en daar, naast een roltrap die nog verder de aarde in glijdt, is het zaterdagloket van de gemeente.

Bij het loket staat een tafeltje met een stapel formulieren en twee pennen. We plukken een formulier van de stapel, vullen het in en brengen het naar het loket.

Er zitten twee mannen achter het loket – de ene bij een schuifraampje, de andere bij een computer met een printer. De mannen dragen een stropdas en een bril en er hangen tl-buizen boven hun hoofd.

Het schuifraampje gaat open.

De man bij het schuifraampje bekijkt het formulier. Hij knikt en geeft het aan de man bij de computer. Die bekijkt het formulier ook nog eens, tikt iets, laat zijn wijsvinger heel even boven het toetsenbord zweven en slaat dan – tok! – op ‘Enter’. Er rolt een papiertje uit de printer. De computerman plukt het van de machine en geeft het aan de loketman.

‘350 yen alstublieft’, zegt de loketman. Hij heeft het nog niet gezegd of, verdraaid, hetzelfde getal verschijnt op het schermpje van de kassa. We betalen gepast en de man geeft ons het papiertje. ‘Bedankt’, zegt hij. ‘Bedankt’, zeggen wij terug.

Het schuifraampje gaat weer dicht.

We kijken nog een keer om, naar de man bij het schuifraampje en de man bij de computer met de printer. Ze buigen. Dan wandelen we het stationsgebouw weer in, ver beneden de stad.

zondag 15 februari 2009

Dondertje

Zó merkte hij dat hij te lang in dit land woonde: het drong nu pas tot hem door dat er op die poster in de supermarkt een boomstronk stond met een gezicht dat lachte. En het verbaasde hem niet eens. Ook keek hij er niet van op dat de boomstronk een naam had, Mok-kun. Dat betekende zoveel als ‘kereltje Mok’, maar het was ook een woordspeling. Of een karakterspeling eigenlijk – mok kwam van mokuyoubi, wat ‘donderdag’ betekende, en het Japanse karakter voor ‘donderdag’ kon ook gelezen worden als ‘boom’. Vandaar de boomstronk. Hij werd niet verdrietig toen de boomstronk tegen hem begon te praten. ‘Welkom,’ zei het bruine ding met een piepstemmetje, ‘ik ben je donderdagvriendje, Mok-kun! Alle artikelen met mij erbij zijn extra voordelig!’ Ook bleef hij kalm toen de boomstronk bij het afrekenen tegen hem bleef ratelen. ‘Kom me opzoeken, hè!’ Wel leek het hem thuis, bij de koffie, beter de supermarkt voortaan op donderdag te vermijden.

2 ELKE DONDERDAG IN DE SUPERMARKT: MOK-KUN (MÉT STEM!).

zondag 18 januari 2009

Zondag (2)

Verbeeld ik het me
of klinkt de trompet triester
nu het asfalt glimt?

Zondag (1)

In de vroege zon
glinstert de perzikenjam –
het huis wordt al warm.